Door: Ionica Smeets

Net voordat Museum Boerhaave zijn deuren sloot voor de verbouwing, gaf ik er een familielezing over wiskunde. Tijdens één onderdeel vroeg ik drie kinderen op het podium om de snelste weg te zoeken voor een man die vanaf zijn huis via een rivier naar een brand wil rennen (hij moet langs die rivier om een emmer water te vullen). Nadat we samen de kortste route hadden gevonden, protesteerde er een meisje op de eerste rij. We hadden er geen rekening mee gehouden dat de emmer zwaarder is nadat de man hem bij de rivier gevuld heeft. Daardoor kan hij waarschijnlijk wat langzamer lopen op het laatste stuk. De snelste route is in dit geval niet hetzelfde als de kortste route.

Zoiets gebeurt vaak bij dit soort lezingen. De kinderen verzinnen iets dat slimmer is dan je van tevoren zelf had bedacht. En het aardige is dat dit niet per se de kinderen zijn die op school het beste zijn in rekenen of wiskunde. Juist doordat een lezing in een museum is, met een totaal andere sfeer dan in de klas, komen ineens andere leerlingen dan normaal naar voren met hun ideeën.

Maar ja, op dit moment is Museum Boerhaave dus gesloten. Gelukkig is daar iets op verzonnen. Als de school niet naar Boerhaave komt, dan komt Boerhaave naar de school. Educatieve programma’s die normaal ín het museum worden gegeven, zijn aangepast zodat ze in de klas kunnen worden gedraaid door een museummedewerker.

Eén van de toppers voor het voorgezet onderwijs is de museumles Wiskunde A, B of C. Speciaal voor leerlingen in 3 HAVO/VWO die voor hun profielkeuze staan. Hoe weten ze welke soort wiskunde het beste bij hen past? In deze les doen leerlingen verschillende opdrachten om te ontdekken wat ze echt leuk vinden.

Het zijn opdrachten die je normaal niet tegenkomt op school, met voorwerpen uit de collectie van Museum Boerhaave. Leerlingen vergroten een landkaart met een zeventiende-eeuwse tekenaap, rekenen met de klassieke Napierstokjes en ontleden een anamorfose. Allemaal onderwerpen met een geschiedenis, die leerlingen uitdagen om op een andere manier naar wiskunde te kijken. Na afloop horen ze bij welke opdracht bij welke soort wiskunde hoort, zodat leerlingen makkelijker kunnen kiezen tussen Wiskunde A,B en C.

Hoe goed de les werkt, blijkt uit een filmpje op de site van Museum Boerhaave. Daarin vertelt een scholier voorzichtig dat hij het best wel leuk vond. Dan corrigeert hij zichzelf: ‘Ik vond het eigenlijk heel erg leuk.’ Tja, dat is het enige nadeel dat ik kan bedenken: Als je alle opdrachten in de museumles leuk vindt, dan weet je daarna nóg niet of je wiskunde A, B of C moet kiezen.

 

Ionica Smeets

Ionica Smeets is hoogleraar wetenschapscommunicatie aan de Universiteit Leiden