Periode: 1900 - 1950

Afmetingen: H: 32,0 cm B: 23,0 cm D: 17,0 cm

Inventarisnummer: V12235

Einsteins machientje
Deze maand valt de keus op een kneusje. Geen belangrijke ontdekkingen zijn met deze potentiaalmultiplicator gedaan en mooi is hij nauwelijks te noemen. Het instrument, bedoeld om zwakke stroompjes te meten, werkte zelfs zo slecht dat er amper exemplaren van verkocht zijn.
Dat dit apparaat toch historische waarde heeft komt doordat de bedenker Albert Einstein heet. Het is niet erg bekend dat de man die juist beroemd werd om zijn gedachtenexperimenten ook zijn handen gebruikte. Het ‘machientje’, zoals hij het instrument zelf liefkozend noemde, toont Einstein in een weinig getoonde hoedanigheid als instrumentmaker en experimentator.
Tussen 1907 en 1910 besteedde Einstein veel tijd aan de ontwikkeling van het machientje. Hij dacht ermee zelf enkele van zijn revolutionaire theorieën experimenteel te kunnen bewijzen. Hulp kreeg hij van de instrumentmaker Paul Habicht, die het apparaat ook op de markt bracht. Al snel bleek het machientje echter de hooggespannen verwachtingen niet te kunnen waarmaken. Het riep zelf storende elektrische verschijnselen op die de metingen verpestten.
Denken ging Einstein beter af dan doen. Enkele jaren na het vergeefse gesleutel aan het ‘machientje’ verscheen het denkwerk dat hem wereldberoemd maakte: de algemene relativiteitstheorie. Decennia later, naar aanleiding van het overlijden van Habicht, keek Einstein laconiek terug op de relatieve mislukking. ‘Leuk was het, ook al is er niets bruikbaars uitgekomen’.