Periode: 1610 - 1620

Afmetingen: H: 213,0 cm B: 214,0 cm D: 25,0 cm

Inventarisnummer: V06500

In 1632 gaven Curatoren van de Leidse Universiteit een aanzienlijk bedrag uit voor de aanschaf van een kwadrant met de forse afmetingen van twee bij twee meter. Een kwadrant is een hoekmeetinstrument, van groot belang in de sterrenkunde. Het kan gebruikt worden om de posities van planeten en sterren vast te stellen door hun onderlinge hoeken te bepalen. De beroemde Deense sterrenkundige Tycho Brahe bijvoorbeeld, gebruikte een groot kwadrant in zijn observatorium op het eilandje Hven in de Sont.

Maar met zo’n groot kwadrant kunnen ook landmeetkundige waarnemingen gedaan worden, en dat was precies waar de eerste eigenaar van dit instrument, de Nederlandse wis- en natuurkundige Willebrord Snellius (1580-1626), het voor gebruikte. Snellius wilde de omtrek van de aarde berekenen door de afstand tussen twee punten op dezelfde lengtegraad te bepalen. Vervolgens mat hij het verschil in geografische breedte tussen deze twee punten door bijvoorbeeld het verschil in elevatie van de poolster op deze twee geografische punten vast te stellen. Voor dat laatste gebruikte Snellius het kwadrant.

Door zo de afstand (ongeveer 130 kilometer) en het verschil in geografische breedte tussen Bergen op Zoom en Alkmaar te meten, kon Snellius de omtrek van de aarde berekenen op 38 660 kilometer. Wat er niet eens zo heel ver naast is. Door een rekenfout (en niet door een verkeerde berekeningswijze) zat hij zo’n vier procent mis.

Acht jaar na Snellius dood werd het kwadrant – voor hem gebouwd door de beroemde cartograaf Willem Janszoon Blaeu – het eerste instrument van de Leidse sterrewacht: in 1633 werd het in een klein torentje bovenop het Academiegebouw geïnstalleerd, wat het begin van de praktische sterrenkunde als een universitair vak in de Republiek markeerde.