[kies uit één van de voorwerpen]

Simpliciakast van het Haagse apothekersgilde
2006_augustus

Bezoekers van de vaste expositie van Museum Boerhaave kunnen haast niet om dit voorwerp van de maand heen: vlak na binnenkomst staan ze oog in oog met dit zeventiende eeuwse, twee meter hoge boek. Hoe prachtig ook de aanblik, toch geldt voor dit museumvoorwerp de zegswijze dat de ware schoonheid van binnen zit. Deze innerlijke schoonheid is vanwege de ouderdom en kwetsbaarheid van het voorwerp echter meestal onzichtbaar voor het museumpubliek.

Wie de gelegenheid krijgt om het boek te openen, zou al snel ontdekken dat het boekenuiterlijk slechts een luxe façade is: achter de boekenkaft schuilt een zogeheten simpliciakast, een ladekast waarin alle geneeskrachtige ingrediënten zijn opgeslagen die zeventiende eeuwse apothekers in huis dienden te hebben voor de bereiding van medicijnen. De kreet ‘thesaurus sanitatis’ op de rug van het boek – vrij vertaald ‘bijbel der gezondheid’ – verwijst naar deze alomvattende verzameling gezondmakers die in de kast zelf liggen. De binnenkant van de deur is beschilderd met een exotische ‘tuin’, waarin voor de kenner allerlei geneeskrachtige planten te onderscheiden zijn. Veel van de laden bevatten nog steeds hun originele inhoud, afkomstig van plantaardige, dierlijke en minerale basis.

In Nederland zijn enkele simpliciakasten bewaard gebleven, waaronder exemplaren met een minstens zo spectaculaire vormgeving. Toch is deze simpliciakast extra bijzonder: het is de oudst bewaard gebleven simpliciakast van Nederland. In 1659 verleende het Haagse Collegium Pharmaceuticum opdracht tot productie van de simpliciakast en drie jaar later, op 30 september 1662, werd hij door de regenten van het gilde in gebruik genomen. Het metalen beslag op de buitenkant van het boek dragen de namen in wapenschilden van deze opdrachtgevers en eerste gebruikers van de kast.

Meer dan een eeuw lang vervulde het boek een belangrijke rol bij het afnemen van examens aan apothekers in spé: bestuursleden van het gilde gebruikten de simplicia uit de kast onder andere om de ‘materiaalkennis’ van de kandidaten te testen. Na de afschaffing van de gildenstructuur in 1798 werd de simpliciakast eigendom van de Provinciale Commissie van Geneeskundig Onderzoek en Toevoorzigt en vervolgens van het Leidse Nosocomium (en later het universiteitsziekenhuis Leiden), waar het tot in 1880 zijn oude rol bleef vervullen als hulp bij het examineren van studenten in de farmacie.

Simpliciakast van het Haagse apothekersgilde

Den Haag, 1659-1661
v25805

© 2006 infofilm