|
Tabaksklisteer in kist
2004_januari
In 1767 werd in Amsterdam de Maatschappij tot Redding van Drenkelingen opgericht. De doelstelling van dit genootschap lijkt duidelijk genoeg, maar is misschien toch beperkter dan verwacht. Het ging uitsluitend om drenkelingen in binnenwateren: voor de Noordzeekust kwamen in 1824 zowel de Noord- en Zuid-Hollandsche Redding-Maatschappij als de Zuid-Hollandsche Maatschappij tot Redding van Schipbreukelingen. Al bij de oprichting van het Amsterdamse genootschap werd besloten een gouden legpenning of een premie van zes gouden dukaten uit te reiken aan al wie ‘met goede bewijzen zou kunnen aantonen, een mens of kind ’t welk zonder enige beweging of teken van leven uit het water was gehaald, tot zich zelve gebracht te hebben.’ De Maatschappij gaf ook richtlijnen hoe bewusteloze of zelfs schijndode personen het best te reanimeren waren: door bij hen tabaksrook rectaal (‘in het fundament’) in te blazen. De inhoud van deze kist is door de Maatschappij samengesteld en bestaat voornamelijk uit apparatuur, tabaksklisteer genaamd, om de drenkeling op de aanbevolen wijze te behandelen. Met de blaasbalg werd de tabaksrook het lichaam in geperst. Beademing met een blaaspijp was een tweede methode om de drenkeling te reanimeren. Die beademing werd ‘van het eerste ogenblik af even nodig geoordeeld als het blazen in de aarsdarm’. De daarvoor benodigde blaaspijp met tongspatel ligt hier linksmidden in de kist.
|