[kies uit één van de 12 voorwerpen]

Bureau van van 't Hoff
2003_februari

Jacobus Henricus van ’t Hoff (1852-1911) dweepte met Byron. Vanaf het moment dat de poëzie van de Engelsman hem als aankomend student technologie naar de keel greep, had hij op zijn schrijftafel een gedichtenbundel paraat die hij veelvuldig opsloeg. In 1870, Van ’t Hoff studeerde nog in Delft, deed zich een prachtkans voor een excursie à la Byron te ondernemen. Bezocht de dichter op zijn zwerftochten het slagveld bij Waterloo, Van ’t Hoff kon in september 1870 met een vriend van zijn ouders mee naar Sedan in de Franse Ardennen, luttele dagen nadat Napoleon III er door de Pruisen krijgsgevangen was gemaakt. Stuurde Byron zwaarden en helmen als trofeeën naar Engeland, Van ’t Hoff raapte petjes, patroonhulzen, epauletten en een flinke granaatscherf van zijn slagveld, tussen de bedrijven door gewonden die in de nabije plaatsjes werden verzorgd naar behoefte sigaren toestoppend.
De granaatscherf kreeg thuis op de schrijftafel een vast plekje als presse-papier. Met name Duitse universiteiten hadden oog voor de kwaliteiten van de fysisch chemicus. In 1887 meldde Leipzig zich als eerste: of Van ’t Hoff er hoogleraar wilde worden. Onmiddellijk werd hij van alle kanten geprest toch vooral in Amsterdam te blijven.
Zelfs was de gemeenteraad binnen drie weken akkoord met de bouw van een gloednieuw, geheel volgens de wensen van Van ’t Hoff ingericht laboratorium op de hoek van de Nieuwe Prinsengracht en de Roeterstraat. In 1892 kwam het gereed – het hier opgestelde bureau is dat uit zijn werkkamer. De studenten stroomden van heinde en verre toe. Zo druk kreeg de hoogleraar het met colleges, tentamens, examens en administratieve rompslomp dat hij met handen en voeten aan Amsterdam gebonden was en aan eigen onderzoek nauwelijks nog toekwam. Dat laatste begon flink te knagen. In 1895 bezweek Van ’t Hoff alsnog toen de Pruisische Academie van Wetenschappen hem een zetel aanbood, een laboratorium en ook nog eens een persoonlijke toelage om er ongestoord onderzoek te kunnen doen. College geven aan de Berlijnse universiteit mocht, maar er moest niets. Daar kon Amsterdam niet tegenop en van ’t Hoff zagen we niet meer terug. Trouwens, keerde ook Byron zijn vaderland niet voorgoed de rug toe?

(1999, Dirk van Delft, NRC Handelsblad)

Bureau van van 't Hoff
Stuurde Byron zwaarden en helmen als trofeeën naar Engeland, Van ’t Hoff raapte petjes, patroonhulzen, epauletten en een flinke granaatscherf van zijn slagveld, tussen de bedrijven door gewonden die in de nabije plaatsjes werden verzorgd naar behoefte sigaren toestoppend.
De granaatscherf kreeg thuis op de schrijftafel een vast plekje als presse-papier.

© 2006 infofilm