[kies uit één van de 12 voorwerpen]

Hersenmodel van Aeby
2002_november

Pas vanaf de Renaissance, toen onbevangen wetenschappelijk onderzoek de ruimte kreeg, kwamen de hersenen goed in beeld. Geleerden als Leonardo da Vinci en Andreas Vesalius tartten het kerkelijk gezag door het mes in doden te zetten en hun anatomische experimenten brachten allerlei hersendetails en –structuren aan het licht. Als vanzelf drong zich toen de vraag op of er soms sprake is van lokalisatie: dat bepaalde geestelijke vermogens gerepresenteerd worden door bepaalde delen van de hersenen.

Een pionier op dit gebied was de Oostenrijkse arts Franz Joseph Gall, vader van de frenologie. In zijn ‘Anatomie en fysiologie van het zenuwstelsel in het algemeen, en van de hersenen in het bijzonder’, gepubliceerd in 1796, zette hij zijn leer over het verband tussen schedelvormen karaktereigenschappen uiteen.
Volgens Gall waren de hersenen opgebouwd uit vele ‘organen’ die ieder een bepaalde mentale activiteit stuurden. Hoe beter die waren ontwikkeld, des te groter het bijbehorende hersendeel. Het gevolg was dat op de betreffende locaties de schedel uitstulpingen vertoonde –de term ‘wiskundeknobbel’ komt hier vandaan– zodat onderzoek naar oneffenheden op de schedel licht wierp op iemands geestelijke vermogens. Je reinste pseudo-wetenschap, maar het idee van de lokalisatie was juist.

In 1875 wist de Italiaanse arts Camilio Golgi als eerste via een door hemzelf ontwikkelde impregneertechniek het centrale zenuwstelsel onder de microscoop te bestuderen. Zo kwamen de neuronen in beeld, zenuwvezels die via ganglionen met elkaar waren doorverbonden. Op basis van dit onderzoek maakte de Zwitserse anatoom prof. Aeby het hier getoonde hersenmodel, schaal 6:1.
De zenuwbanen waren van ijzerdraad, de ganglionen van kurk – naar hun functie gegroepeerd in diverse kleuren. Uit een Bernse catalogus van rond de eeuwwisseling blijkt dat onderzoeksinstituten over de hele wereld ze voor 500 Zwitserse franc per stuk grif aanschaften om er hun anatomisch, fysiologisch en klinisch onderricht mee ter verlevendigen.

Diezelfde catalogus oppert de mogelijkheid bestaande zenuwbanen in het model om te leggen, of nieuwe toe te voegen . Deze mechanistische aanpak doet denken aan de later verkondigde opvatting dat de hersenen niet meer zijn dan een fors uitgevallen computer – die zich immers ook met extra printplaten laat uitbreiden. Alleen : de echte hersenen bestaan uit honderd miljard zenuwcellen die soms op duizenden plaatsen met elkaar verknoopt zijn. Hoe die kluwen op een gedachte komt en hoe bewustzijn ontstaat weet niemand.

(1999, Dirk van Delft, NRC Handelsblad)

Hersenmodel van Aeby
Op basis van dit onderzoek maakte de Zwitserse anatoom prof. Aeby het hier getoonde hersenmodel, schaal 6:1.
De zenuwbanen waren van ijzerdraad, de ganglionen van kurk – naar hun functie gegroepeerd in diverse kleuren. Uit een Bernse catalogus van rond de eeuwwisseling blijkt dat onderzoeksinstituten over de hele wereld ze voor 500 Zwitserse franc per stuk grif aanschaften om er hun anatomisch, fysiologisch en klinisch onderricht mee ter verlevendigen.

© 2006 infofilm