|
De pyrometer
2002_juni
De Leidse professor Petrus van Musschenbroek leefde in een tijd waarin je nog hoogleraar in de wiskunde, de geneeskunde én de sterrenkunde kon zijn. Zo gebruikelijk in de achttiende eeuw; de complexiteit van de wetenschap nu staat het niet meer toe. Ook anders is dat je een groot geleerde kon zijn zonder noemenswaardige publicaties op je naam. Want Van Musschenbroek was vooral uitvinder en docent, geen visionaire wetenschapper zoals tijdgenoten Newton, Kepler, Galilei of landgenoot Christiaan Huygens. Biograaf Logeman schreef daarover een eeuw later: De naam Van Musschenbroek is beroemd en geëerd door geheel de beschaafde wereld, maar hij heeft slechts zeer weinig in het licht gezonden. Behalve leerboeken dan, waarvan Beginselen der Natuurkunde, beschreven ten dienste der landgenooten, het beroemdste voorbeeld was.
Van Musschenbroek is vooral bekend geworden van de Leidse fles en de pyrometer, waarvoor hij het principe bedacht. De realisatie van de pyrometer, waarvan hier een variant wordt getoond, is hoogstwaarschijnlijk te danken aan de achttiende-eeuwse klokkenmakers.
Zij zochten een methode die de utzetting van het gebruikte metaal kon voorspellen. De Leidse instrumentmaker Jan Paauw bouwde aan een apparaat dat de uitzettingscoëfficiënten van metaal kon meten. Zij kwamen uit op een metalen staaf die, via een hefboom- en tandwielconstructie, op een platte schijf met cijfers het effect van verhitting van de metalen staaf te zien gaf.
Wetenschapper op begaafd docent met een staat van dienst als instrumentenmaker, het maakt niet zoveel uit. Een feit is dat Van Musschenbroek een veelzijdige man was. Zo bleek de pyrometer geschikt voor het meten van de utzetting bij verhitte metalen en was de Leidse fles de eerste batterij ooit gemaakt.
(2000, Wetenschapsmagazin Natuur en Techniek)
|