|
Maantekening van Galileo
2002_augustus
Zijn afbeeldingen van de maan kun je nauwelijks een kaart noemen', constateert G. Wolf in zijn Geschichte der Astronomie over de maantekeningen van Galileo Galilei. Anderen hebben het over 'zeer ruwe schetsen', 'geen enkele gelijkenis met de maan' en zelfs 'typisch voor beginners'. Da's klare taal! Was het Italiaanse genie echt zo'n slecht waarnemer? Op 30 november 1609 richt Galileo een door hemzelf geconstrueerde telescoop op de wassende maan. Gefascineerd door wat hij ziet, blijft hij de hele nacht kijken, en maakt hij drie schetsen van de maan. Tot dan toe werd dit hemellichaam vooral gezien als een spiegel die de aardse oceanen reflecteerde, een gepolijste, doorschijnende kristallen bol, of een lichaam van gecondenseerd vuur.
Galileo ziet tot zijn verrassing echter een bergachtig en ruw maanoppervlak. Van de tekeningen die hij in die dagen maakt, komen er vier als kopergravures terecht in zijn boekje Sidereus nuncius. Hoe slecht zijn die plaatjes, hoe bezijden de waarheid? We kunnen het hier met eigen ogen bekijken. In dit bundeltje uit 1653 is - naast Pierre Gassendi's Institutio Astronomica en Johannes Keplers Dioptrice - ook Galileo's Sidereus nuncius opgenomen. De tekeningen zijn inderdaad beroerd! Alleen een krater op het grensvlak van licht en donker is goed herkenbaar, maar zelfs daar is het spel van licht en schaduw niet helemaal correct weergegeven. Hebben de critici dan toch gelijk? Nee dus. Een belangrijk deel van de kritiek is het gevolg van de gelimiteerde eerste editie van Sidereus nuncius. Deze leidde tot haastige herdrukken die in diverse andere Europese steden werden vervaardigd. Onze herdruk in bundelvorm - 'secunda editio priori correctior' - stamt bijvoorbeeld uit Londen. De nieuwe edities werden - zoals het geval is bij dit bundeltje - voorzien van buitengewoon inferieure houtsneden die de grote meester oneer aandoen. Galileo zou zich in zijn graf omdraaien voor de plaatjes in dit boekje...
(2000, Wetenschapsmagazin Natuur en Techniek)
|