|
Achromatische telescoop, ca. 1770, Dollond, Londen
Inv V08699
Telescopen met lenzen hadden last van kleurmenging, waardoor het beeld wat je zag wazig werd. Dit wordt met een duur woord chromatische aberratie genoemd.
Als oplossing bedacht Newton hiervoor de spiegeltelescoop. Hij was er van overtuigd dat het lenzenprobleem niet opgelost kon worden. Toch bleef de lenzentelescoop trekken.
Rond 1740 ontdekte de Engelse jurist Chester Moor Hall dat het probleem op te lossen zou zijn door twee lenzen, een holle en een bolle, vlak achter elkaar te plaatsen in het oculair. Hij kon zelf geen lenzen slijpen en moest dit werk uitbesteden. Om niet zijn ontdekking weg te geven liet hij de bolle door de ene opticien en de holle lens door een andere opticien slijpen. Helaas werkten de opticiens niet erg mee en bleef het resultaat uit.
Hierdoor is de naam van John Dollond aan de uitvinding van de telescoop zonder chromatische aberratie verbonden. Deze voormalige zijdewever heeft in 1758 zijn eerste telescoop gemaakt.
|