Levende kracht
In 1722 waagde de Leidse hoogleraar W.J. s Gravesande het om zijn eigen grote voorbeeld Isaac Newton te trotseren. Newton had beweerd dat (in moderne termen) bewegingsenergie evenredig toeneemt met de snelheid. Valexperimenten met een bak klei hadden ’s Gravesande echter geleerd dat de toename met het kwadraat van de snelheid geschiedt – voorwerpen zouden daarmee, in termen van die tijd, ‘ levende kracht’ bezitten.
Een eenvoudige bak klei, maar de gevolgen waren niet te overzien. Met zijn uitspraken ondermijnde ‘s Gravesande niet alleen Newtons natuurwetenschap, maar raakte hij ook aan religieuze gevoeligheden. Als voorwerpen zelf ‘levende kracht’ zouden bezitten, dan betekende dit dat God zelf niet rechtstreeks alle natuurverschijnselen aanstuurt. Een golf van verontwaardiging en verdachtmakingen was het gevolg. Maar kan ‘s Gravesande wel hebben gezien wat hij beweert te hebben waargenomen? Wat waren zijn motieven? Het antwoord krijgt u bij deze demonstratie.
Tiemen Cocquyt en Ad Maas
