
Petrus Koning (1787-1834) kwam als dertienjarige in de leer bij de Utrechtse hoogleraar geneeskunde Jan Bleuland. Zelf studeren zat er voor hem niet in, aangezien hij de Latijnse school, de verplichte vooropleiding voor toelating tot een universiteit, niet had doorlopen.
De professor onderwees de jonge Petrus in de grondbeginselen van de anatomie en de geneeskunde en zorgde ervoor dat hij in 1807 werd benoemd tot beheerder van de anatomische preparaten van de universiteit. Vanaf 1815 mocht de jonge man ook zelf de ontleedkunst aan studenten demonstreren.
In zijn vrije uren boetseerde Petrus Koning bijna tweehonderd anatomische wasmodellen, volgens een kunst die in de late achttiende eeuw was ontwikkel in Italië. Vanaf 1826 toonde hij deze verzameling aan belangstellenden in een zaal aan het Janskerkhof, nabij het Anatomisch Theater. Na zijn vroege dood kocht zijn vroegere werkgever de verzameling aan


